Dorpsoptimisme Steden,
als dominante centra vanopenbaar bestuur, handel en cultuur zijn
tegenwoordig het kader geworden vanwaaruit de meeste mensen de wereld
beschouwen. Dorpen zijn vanuit datblikveld daar waar de dynamische stad
en verstedelijking (die veelverder rijkt) niet meer is. Daar waar de
tijd deels heeft stilgestaan. Een misvattingwaar dit themanummer van Rooilijn op inspringt. Halverwege
de vorige eeuw waren demeeste dorpen nog grotendeels autonome
ruimtelijke, sociale, politieke,culturele en economische eenheden.
Tegenwoordig zijn de meestedorpen ‘woondorpen’ geworden, waar de
inwoners veel bredere socialeen economische ruimtelijke relaties
aangaan. De aantrekkelijkheid wordtvooral bepaald door de ligging ten
opzichte van economische kernen enbijzondere omgevingskwaliteiten zoals
natuur of cultuurhistorie. Discussies
over krimp en verlies vanvoorzieningen domineren het huidige debat over
dorpen. Veel bijdragen indit nummer concluderen dat het ontbreekt aan
optimistische nieuwesociale en economische denkbeelden. Een schot voor
de boeg: meer dan insteden is in dorpen de fysieke ruimte voor een
omslag naar lokale systemenvan duurzame energieopwekking, een
optimalisering van afvalscheidingen de ontwikkeling van community
gardens samen met lokale agrariërs.Juist in dorpen ontstaan, vaak als
reactie op de bijna continue agenda vanschaalvergroting van het openbaar
bestuur, de voedingsbodem voorinteressante nieuwe burgerinitiatieven in
de zorg, collectief vervoer en cultuur. Dit
themanummer is mede tot standgekomen met financiële steun van de
Provincie Zeeland en deProvincie West-Vlaanderen. Het toont dan ook aan
dat de analyse van dorpenen het denken over (ruimtelijk) beleid geen
landsgrenzen heeft. FransThissen was als universitair docent sociale
geografie aan de UvAdecennialang een cruciale intellectuele en
organisatorische schakel tussenwetenschap, praktijk en onderwijs over
dit thema. Als redacteur enredactievoorzitter heeft Frans bovendien een
zeer grote betekenis voor Rooilijn gehad.Met dit nummer neemt hij
afscheid. Namens de gehele redactie wil ik Frans hierbij hartelijk
danken voor zijn onvoorwaardelijke bijdrage gedurende vele jaren. - Stan Majoor
stan@rooiljn.nl