artikel
12 min.

Toegankelijke stad voor ieder(in)

Figuur 2: (On)toegankelijkheid in Zwolle.

De openbare ruimte in de stad wordt vaak ingericht met het oog op de gemiddelde gebruiker, met nadruk op mobiliteit, esthetiek en cultureel erfgoed. Maar is de stedelijke ruimte dan ook voor iedereen toegankelijk? Hoe ervaren mensen met beperkingen de toegankelijkheid van de stad? Een inclusieve en interactieve kaarttoepassing – ontworpen met en voor mensen met beperkingen – kan helpen om verschillende belangen in kaart te brengen. In dit artikel laten we zien hoe we dit aanpakken met en voor mensen met beperkingen in de stad Zwolle.

Geografische informatiesystemen (GIS), zoals interactieve kaarttoepassingen en collaboratieve tools, worden tegenwoordig regelmatig gebruikt in het ruimtelijke ontwerp van de stad om bewoners mee te laten denken over complexe maatschappelijke vraagstukken, zoals klimaatadaptatie, de energietransitie of een gezonde leefomgeving. Echter, de gebruikte digitale collaboratieve GIS-tools zijn vaak niet ontwikkeld met het oog op een inclusief gebruik. Door het ontwerp en de functionaliteit worden mensen met een beperking letterlijk uitgesloten van deelname aan gezamenlijke planningsactiviteiten. Bovendien is er een gebrek aan kennis over hoe collaboratieve GIS-tools rekening kunnen houden met de behoeften van mensen met een beperking. In dit artikel gaan we in op de vraag hoe je een inclusieve digitale kaarttoepassing kunt ontwerpen ter ondersteuning van de inrichting van een inclusievere toegankelijkheid van de openbare ruimte. Hiermee werken we aan de ‘toegankelijke stad’, gezamenlijk gedefinieerd als het proactief creëren van keuzemogelijkheden voor alle stadsbewoners in de fysieke en sociale ruimte, ongeacht eventuele beperkingen. De term proactief wijst op de verantwoordelijkheid van de gemeente en de overheid om het voortouw te nemen bij het creëren van een toegankelijke stad.

Uitdagingen van inclusieve toegankelijkheid – fysiek en digitaal

Inclusieve toegankelijkheid stelt een aantal uitdagingen. Een eerste uitdaging betreft hoe de samenkomst van allerlei belangen en behoeften in de stedelijke openbare ruimte op elkaar kan worden afgestemd. De toegankelijkheid van infrastructuur en diensten, zoals de openbare ruimte, vervoer en sociaal belangrijke bestemmingen, is essentieel voor het dagelijkse leven van iedereen. Met name op wijkniveau is ongemotoriseerd vervoer van belang voor het menselijk welzijn en duurzame ontwikkeling. De mate waarin de inrichting van de stedelijke openbare ruimte ongemotoriseerde mobiliteit en toegankelijkheid op wijkniveau faciliteert, houdt echter geen rekening met de uiteenlopende manieren waarop verschillende sociale groepen de stedelijke ruimte ervaren en met hun behoeften. Stafford (2022) benadrukt dat steden vaak worden ontworpen voor gebruikers zonder beperkingen, wat kan resulteren in ruimtes die fysiek of sociaal niet toegankelijk zijn voor mensen met een beperking.

Een tweede uitdaging is hoe we beperkingen conceptueel benaderen. In tegenstelling tot het medische model van beperkingen, benadrukt het sociale model dat beperkingen ontstaan in de relatie tussen mensen en hun sociale, fysieke en politieke omgeving (Terashima & Clark 2021). Het richt zich op de ervaringen en capaciteiten van mensen met uiteenlopende beperkingen (Hansen & Philo, 2007). Zo’n sociaal perspectief is nuttig om mee te nemen in de verkenning van in- en uitsluiting, zowel in het ontwerp van steden als in het bouwen van digitale technologieën. Het helpt dus om de relatie tussen mensen met beperkingen en digitale technologieën beter te begrijpen. En dit brengt ons tot de derde uitdaging, namelijk dat het toegenomen gebruik van digitale technologieën zowel gunstige als ongunstige gevolgen voor mensen met een beperking kan hebben (Egard & Hansson, 2023). Enerzijds maken digitale technologieën een meer naadloze integratie van uiteenlopende gebruikersbehoeften mogelijk. Ze kunnen meerdere functionaliteiten zoals spraakbediening, zoomen en transcripties integreren in één technologie, zoals een mobiele telefoon. Anderzijds worden mensen met een beperking door een gebrek aan inclusief ontwerp vaak uitgesloten van het gebruik van digitale technologieën, waardoor de kloof tussen de keuzes en participatiemogelijkheden die mensen hebben kan toenemen (Egard & Hansson 2023). Dit vraagt om tools en een aanpak die recht doen aan de verschillende ontwerpeisen aan digitale technologieën.

Inclusieve interactieve GIS tools

GIS-gebaseerde interactieve tools behoren tot de digitale technologieën die vaak worden gebruikt bij de planning van de stedelijke ruimte. Ze vergemakkelijken het over elkaar leggen van verschillende kaartlagen, het in- en uitschakelen van kaartlagen, het verkennen van kaartlagen door het toepassen van zoekopdrachten of het in- en uitzoomen op een kaart. Sommige toepassingen laten gebruikers informatie toevoegen, bijvoorbeeld door meldingen in de openbare ruimte te verzamelen. Zulke applicaties worden over het algemeen ontworpen zonder rekening te houden met mensen met beperkingen. Als gevolg kunnen mensen met een visuele beperking online tools vaak niet gebruiken vanwege een beperkt contrast in de grafische gebruikersinterface, het ontbreken van auditieve ondersteuning of beperkingen in de hardware. Tools die specifiek voor maptables (kaartentafels) zijn gemaakt zijn vaak niet toegankelijk vanuit een rolstoel, of er ontbreken geschikte interactiemodi voor gebruikers met fijnmotorische beperkingen (Hennig et al. 2017). Om dergelijke vormen van digitale uitsluiting (Egard & Hansson 2023) tegen te gaan, worden richtlijnen en concepten voor inclusief ontwerp aangeboden, zoals de universele ontwerpprincipes (Centre for Excellence in Universal Design (CEUD), n.d.) die stellen dat het ontwerp van digitale tools toegankelijk, begrijpelijk en bruikbaar mogelijk moet zijn voor iedereen. Zoals benadrukt door de ‘cross-disability’-principes (Drainoni et al. 2006) moet er rekening worden gehouden met de diversiteit onder mensen met een beperking. Ons onderzoek bouwt voort op deze principes en richtlijnen en past deze toe in het ontwerp en de ontwikkeling van een digitale GIS-tool voor ruimtelijke vormgeving in de stedelijke omgeving.

Zwolle

Het onderzoek is uitgevoerd in de stad Zwolle, de hoofdstad van de provincie Overijssel. In overleg met Ieder(in) – een koepelorganisatie van mensen met een lichamelijke handicap, verstandelijke beperking of chronische ziekte – is gekozen voor Zwolle vanwege de aanwezigheid van de zeer actieve organisatie Toegankelijk Zwolle, een belangenbehartigersgroep van vrijwillige ambassadeurs die zich inzet voor een toegankelijke en inclusieve samenleving en vanwege Zwolle’s ambitie voor inclusieve participatie en interesse in het voorgestelde onderzoek. Sociaal-ruimtelijk gezien heeft Zwolle te maken met aspecten die ook elders voorkomen, zoals verschillende typen gebruikers van de publieke ruimte met verschillende belangen en behoeften (fietsers, rolstoelgebruikers, lopers, ondernemers, bezorgers, etc.) of afwegingen vanuit verschillende perspectieven (cultureel erfgoed, veiligheid, bestuurlijke verantwoordelijkheden, enz.). De verkregen inzichten zijn dus ook relevant voor andere Nederlandse steden met soortgelijke eigenschappen.

Collaboratief ontwerp van een inclusieve kaarttoepassing voor ‘maptables’

Het onderzoek naar het collaboratief ontwerpen van een inclusieve digitale kaarttoepassing brengt verschillende disciplines (planologie, geografische informatiewetenschappen, disability studies) en verschillende typen actoren (onderzoekers, praktijkmensen, ervaringsdeskundigen, technologieontwikkelaars) samen via een transdisciplinaire co-designaanpak. Zo’n aanpak combineert de theorieën, concepten, kennis, methodes, werkwijzen en capaciteiten van de domeinen van de betrokkenen op een voor de onderzoeksvraag relevante manier (Pohl et al. 2021). Het onderzoek leunt op het sociale model van beperkingen (Hansen & Philo, 2007) omdat het beperkingen beschouwt als het gevolg van de relatie tussen de mens en zijn omgevingen. Het houdt rekening met een diversiteit aan beperkingen, in dit onderzoek voornamelijk van fysieke aard. Verder gebruikt het onderzoek een op de gebruiker gerichte aanpak om een tool te ontwikkelen die aansluit bij de behoeften van toekomstige gebruikers.

Gegevens over de inclusieve toegankelijkheid van de openbare ruimte zijn door de onderzoekers, samen met acht ervaringsdeskundigen, verzameld middels kwalitatieve onderzoeksmethoden, veldwerk en een serie workshops. Er is gebruikgemaakt van photovoice (Annang et al. 2016), een methode waarbij tijdens een tour door de binnenstad van Zwolle foto’s zijn genomen van interessante plekken vanuit het perspectief van inclusieve toegankelijkheid (zie Figuur 1-4). Vervolgens zijn deze foto’s gezamenlijk geanalyseerd ten opzichte van positieve en negatieve aspecten van toegankelijkheid, op de digitale kaart gezet, en in relatie tot de digitale kaart in context gebracht. De toegankelijkheidsaspecten zijn ook gecategoriseerd, ten behoeve van de digitale kaarttoepassing.

Ontwerpseisen voor de digitale kaarttoepassing zijn verkregen door discussies met ervaringsdeskundigen in een workshopssetting, waarbij eerst is gewerkt met een bestaande maptable-applicatie om te verkennen welke kaartlagen geschikt zijn, hoe ruimtelijke informatie moet worden getoond en welke eisen aan de hardware en set-up worden gesteld. Later is hiervoor gebruik gemaakt van de maptable-applicatie, specifiek ontwikkeld voor de Zwolle-casus op basis van de feedback, literatuur en technische mogelijkheden. Deze applicatie bouwt voort op een eerder ontwikkelde open-source-tool ontworpen om beleid over omgevingsgeluid te ondersteunen (Aguilar et al. 2023).

Het onderzoek is uitgevoerd in vier fases (Tabel 1), waarbij na de standaard onderzoeksvoorbereidingen de aspecten van inclusieve toegankelijkheid in kaart zijn gebracht. Vervolgens zijn deze aspecten vertaald naar ontwerpeisen. Deze eisen zijn daarna verwerkt in een prototype van een inclusieve digitale kaarttoepassing voor de kaartentafel, dat in een aantal iteraties is verbeterd. Ten slotte is de digitale kaarttoepassing waarmee ervaringsdeskundigen locaties in kaart kunnen brengen op het gebied van toegankelijkheid gepresenteerd aan medewerkers van de gemeente Zwolle die een rol spelen in de inrichting en het beheer van de openbare ruimte, en zijn de mogelijke toepassingen in de praktijk besproken. De aanpak en tool zouden kunnen helpen om de doelen van het VN-verdrag Handicap, dat Nederland in 2016 ratificeerde, en de lokale inclusieagenda te bevorderen.

 

Tabel 1: Overzicht onderzoeksactiviteiten

Fases Activiteiten Events met ervaringsdeskundigen / gemeente Zwolle (workshops/veldwerk/bijeenkomsten)
1. Voorbereidingen en ontwikkeling co-design aanpak Goedkeuring onderzoeksopzet door ethische commissie; Databeheersplan;

Methodenstudie;

Planning van het onderzoek

Verkennende gesprekken met Toegankelijk Zwolle en Gemeente Zwolle

 

Startbijeenkomst: inleiding project, toetsing van verwachtingen, gezamenlijk plan van aanpak

2. Dataverzameling en analyse voor de ontwerp fase

 

Identificatie aspecten fysieke en digitale toegankelijkheid

In kaart brengen van ontwerpseisen

 

Co-design van het veldwerk (hoe en route)

Foto tour door Zwolle Binnenstad

Gezamenlijke analyse van foto’s en ervaringen tijdens de tour en definitie ontwerpseisen voor de digitale kaarttoepassing

3. Iteratieve tool ontwikkeling Bespreking ontwerpseisen met software ontwikkelaars

Tool ontwikkeling door software ontwikkelaars

Sprints met software ontwikkelaars en tests

Testen van tool met ervaringsdeskundigen
4. Presentatie en evaluatie van tool Voorbereidingen afsluitende bijeenkomst – inhoud en vorm

Gebruik van tool door ervaringsdeskundingen

Afsluitingsbijeenkomst: Gezamenlijke presentatie van de digitale kaarttoepassing aan medewerkers van de gemeente Zwolle; verkenning mogelijke toepassingen in de toekomst

 

Toegankelijkheidsaspecten en ontwerpeisen

Ons onderzoek toont dat ongelijke of losliggende bestrating, gladde sierlijnen, niet-op-één-lijn liggende opritten, en hellingshoeken die niet aansluiten bij de natuurlijke looprichting, obstakels kunnen veroorzaken. Daarnaast zorgen inconsistent aangebrachte geleidelijnen die niet aansluiten bij natuurlijke lijnen voor problemen. Personen met beperkingen ondervinden ook hinder door vaste barrières zoals lantaarnpalen, verkeersborden en prullenbakken, of door tijdelijke obstakels zoals fietsen, terrasuitbreidingen en steigers zonder waarschuwingsborden. De toegankelijkheid in de stad wordt verder beperkt door het ontbreken van of slecht geplaatste parkeerplaatsen, afgesloten verlichting, verkeerslichten zonder geluid, of het gebruik van spraakbesturing bij slagbomen. Voor het in kaart brengen van deze problemen gebruikt de digitale kaarttoepassing de volgende categorieën: geleidelijnen, geluiden, parkeerplaatsen, obstakels, openbaar vervoer, rolstoelhelling, stoep, verlichting, verkeer en overig. Het is mogelijk om zowel problemen en oplossingen aan te geven op de kaart.

Ontwerpeisen voor de kaarttoepassing betreffen hoe ruimtelijke informatie en bijbehorende tekst worden gevisualiseerd en welke eisen worden gesteld aan de hardware en de opstelling van een kaartentafel. De belangrijkste aspecten waren:

  • Weergave van een kaart op een volledig scherm;
  • Voldoende contrast zodat informatie goed zichtbaar is;
  • Toevoegen van een vergrootglas zodat geselecteerde schermelementen kunnen worden vergroot;
  • Een voorleesknop voor afzonderlijke tekstvakken;
  • Toevoegen van kenmerken en foto’s,
  • Het gebruik van verschillende achtergrondkaarten zodat er een keuze is,
  • Aanvullende ruimtelijke informatie voor betere oriëntatie zoals bekende locaties, buslijnen en haltes;
  • Het gebruik van de kaarttoepassing met een pen;
  • Het toevoegen van een toetsenbord op het scherm.

Wat betreft de hardware, is de kaarttoepassing geïmplementeerd op een kantelbare en in hoogte verstelbare maptable (zie figuur 5).

De toepassing van de tool in de praktijk

In samenwerking met de ervaringsdeskundigen zijn twee hoofdtoepassingen gedefinieerd. Ten eerste kunnen ervaringsdeskundigen problemen met toegankelijkheid in de openbare ruimte kunnen signaleren en effectieve oplossingen voorstellen. Ten tweede zouden gebruikers (ervaringsdeskundigen en praktijkmensen) op basis van de in kaart gebrachte locaties de tool kunnen gebruiken om met elkaar in gesprek te gaan over wat werkt en wat beter zou kunnen met betrekking tot de inrichting en het beheer van de openbare ruimte, waarvoor de maptable als een zeer geschikt hulpmiddel wordt gezien. Zodoende hebben de ervaringsdeskundigen de tool gebruikt om observaties te verzamelen en deze vervolgens met medewerkers van relevante gemeentelijke afdelingen (beheer openbare ruimte, stadsplanning, GIS) besproken.

Figuur 6 toont hoe de tool eruit ziet voor de gebruiker om de kaartlagen te raadplegen, de toegankelijkheid van locaties te beschrijven en, indien van toepassing, en foto van de locatie toe te voegen.

Reflectie en conclusies

Mensen met beperkingen zijn lange tijd onderbelicht in de planologische literatuur en praktijk. Recentelijk is er meer aandacht voor deze groep en wordt er ook naar verschillende manieren gezocht om mensen met beperkingen effectief te laten participeren, zodat de stad en de maatschappij inclusiever worden. Met het ontwikkelen van de inclusieve digitale kaarttoepassing, samen met ervaringsdeskundigen, is geprobeerd mensen met beperkingen beter te betrekken bij participatieve planning rond toegankelijkheid. Naast de succesvolle ontwikkeling van een tool die grotendeels aansluit bij de behoeften van ervaringsdeskundigen, was het voor alle betrokkenen een heel leerzaam en inspirerend proces. Ervaringsdeskundigen hadden het gevoel dat hun kennis werd gewaardeerd, dat hun behoeften werden gehoord en dat ze met de tool effectiever zouden kunnen bijdragen aan de toegankelijkheid van de openbare ruimte. De verschillende sociale interacties lieten echter ook zien dat er behoefte was aan een beheerstool waarmee ervaringsdeskundigen en beheerders van de openbare ruimte efficiënter en transparanter met elkaar kunnen communiceren, niet alleen wat betreft het signaleren van problemen maar ook het communiceren over dat bepaalde problemen zijn opgelost. Het doel van applicaties voor maptables is echter om collaboratieve processen te faciliteren en niet om beheersprocessen efficiënter in te richten.

Ons onderzoek toonde dat het nogal een uitdaging is om recht te doen aan de verschillende behoeften; wat goed is voor de één – zoals natuurlijke geleidelijnen voor mensen met een visuele beperking – kan een uitdaging zijn voor de ander. De ontwikkelde tool kan helpen om de verschillende behoeften in kaart te brengen en elkaar uit te leggen wat wel of niet mogelijk is. Het gezamenlijke gebruik van de tool door ervaringsdeskundigen en praktijkmensen tijdens de afsluitende workshop liet zien dat het gezamenlijke raadplegen van ruimtelijke informatie over toegankelijkheid op een maptable tot nieuwe inzichten en wederzijds begrip kan leiden en dus ook een effectief hulpmiddel kan zijn in inclusieve planning.

De ontwikkelde tool is open source, waardoor het toegankelijk is voor een brede groep gebruikers. Echter, door de beknopte omvang van het onderzoek konden sommige ontwerpeisen nog niet volledig worden uitgewerkt; voornamelijk eisen voor mensen met visuele en auditieve beperkingen vragen verdere aandacht in toekomstige versies. Desalniettemin, alhoewel de gemeente Zwolle positief was over de kaarttoepassing en het nut ervan erkende, bleek het lastig om de tool te integreren in officiële plannings- en beheersprocessen vanwege het gebruik van een ander GIS-softwarepakket. Voor de gemeente lag de meerwaarde van het onderzoek in de co-designaanpak, waarbij ervaringsdeskundigen een actieve rol speelden bij de vormgeving en de uitvoering. Dit zou kunnen leiden tot het niet per se verbeteren van managementprocessen, maar tot het samenbrengen van diverse sociale groepen in een collaboratief proces waarin men van elkaar en over afwegingen leert.

Website by HOAX Amsterdam