Kinderen spelen steeds minder buiten. Om buitenspelen te stimuleren, is behoefte aan veilige en aantrekkelijke speelruimten. Schoolpleinen spelen een belangrijke rol in het voorzien in deze behoefte, vooral als ze zijn ingericht met veel groen. Vanwege hoge kosten en praktische uitdagingen zijn echter nog lang niet alle scholen en schoolkoepels enthousiast om hun schoolpleinen te vergroenen. Wat is er nodig om het vergroenen van schoolpleinen te stimuleren en welke rol kunnen gemeenten daarin spelen?
Groene schoolpleinen hebben een positieve invloed op de ontwikkeling van kinderen (Maas e.a., 2021). Een groene speelomgeving bevordert niet alleen de sociale ontwikkeling van kinderen, maar versterkt ook hun mentale welzijn en veerkracht (Norwood e.a., 2019; Dankiw, e.a., 2020). Door schoolpleinen te vergroenen komen kinderen bovendien regelmatiger in contact met groen, waardoor hun band met natuur wordt versterkt (Chawla, 2020). Daarnaast wijst onderzoek uit dat groene schoolpleinen ertoe kunnen bijdragen dat kinderen meer gaan bewegen (Raney e.a., 2019). Tot slot draagt een groen schoolplein bij aan klimaatadaptatie en meer biodiversiteit, wat het immuunsysteem van kinderen kan versterken (Kuo, 2015).
Inmiddels worden op allerlei plaatsen in Nederland groene schoolpleinen aangelegd. Dit wordt onder andere gestimuleerd door provinciale en gemeentelijke subsidieregelingen. Scholen en koepels lopen hierbij echter tegen verschillende praktische en organisatorische uitdagingen aan, bijvoorbeeld op het gebied van financiering, onderhoud en beheer (Van de Klundert & Brandhorst, 2024). In het licht van de bovengenoemde voordelen van groene schoolpleinen is het belangrijk om passende strategieën te ontwikkelen die scholen kunnen helpen hiermee om te gaan. De knelpunten waar scholen mee te maken hebben, variëren en hangen af van de lokale context. Dit artikel richt zich op uitdagingen waar scholen, scholenkoepels en andere partijen in de provincie Groningen mee te maken hebben.
Om meer inzicht te krijgen in deze uitdagingen, heeft het lectoraat Gezonde Stad van de Hanze tussen november 2024 en april 2025 acht diepte-interviews gehouden met medewerkers van organisaties die betrokken zijn bij het vergroenen van schoolpleinen. De geïnterviewde medewerkers zijn werkzaam bij de provincie en gemeente Groningen, de scholenkoepels Openbaar Onderwijs Groningen en Ommeriek, IVN Natuureducatie en Donker Groen. Daarnaast is ook gesproken met directeuren van basisscholen en zelfstandig adviseurs. Vervolgens is op 14 mei 2025 een workshop gehouden met medewerkers van vijf Groninger gemeenten en andere professionals op het gebied van groene schoolpleinen om de resultaten van de interviews te valideren. Hierbij werd ook nagedacht over de mogelijke rol van gemeenten bij het aanjagen van de vergroening van schoolpleinen. Deze workshop was onderdeel van een leersessie in het kader van het project Leernetwerk Gezonde Leefomgeving Groningen (LEGrO).
Vergroening van schoolpleinen in Groningen
Bij het analyseren van de knelpunten is gekeken naar twee scholenkoepels met verschillende contexten. De eerste scholenkoepel is Openbaar Onderwijs Groningen, die 27 basisscholen telt in de gemeente Groningen. Deze scholen kunnen een beroep doen op de Subsidieregeling Groene Schoolpleinen die de gemeente Groningen in 2022 heeft ingesteld. De gemeente Groningen is de enige gemeente in de provincie Groningen met zo’n regeling. Belangrijk criterium is dat 25 procent van de bestrating moet worden vervangen door levend groen. Scholen kunnen maximaal € 25.000 aanvragen. Openbaar Onderwijs Groningen wil vanwege haar duurzaamheidsbeleid elk jaar twee schoolpleinen vergroenen met behulp van deze subsidie.
De tweede scholenkoepel is Ommeriek, een provincie-brede scholenkoepel met 23 scholen in het noordoosten van de provincie Groningen. Twintig van deze scholen liggen buiten de gemeente Groningen en kunnen geen gebruik maken van een gemeentelijke subsidieregeling. Hoewel bijna alle scholen van Ommeriek recent zijn gebouwd als onderdeel van de hersteloperatie vanwege de aardbevingsschade, zijn ze opgeleverd met relatief versteende pleinen. Ommeriek werkt stapsgewijs aan het vergroenen van al haar schoolpleinen. De coördinator bewegingsonderwijs coördineert het vergroeningsproces en heeft tevens samen met IVN Natuureducatie, Huis voor de Sport en Kunst & Cultuur een aanvraag ingediend voor een provinciaal programma voor het vergroenen en verrijken van schoolpleinen. Dit is geïnspireerd op de Schoolpleinen Revolutie Drenthe, waarbij IVN, SportDrenthe en Kunst & Cultuur Drentse scholen begeleiden bij het omvormen van schoolpleinen naar multifunctionele buitenlokalen met ruimte voor natuurbeleving, beweging en kunstzinnige expressie. Hierbij wordt meestal Donker Groen ingeschakeld als ontwerper en aannemer. De provincie Groningen heeft het vergroenen van schoolpleinen opgenomen in het coalitieakkoord, maar biedt nog geen financiële ondersteuning.
Knelpunten bij vergroening van schoolpleinen
Uit de interviews werd duidelijk dat er zes knelpunten zijn bij het vergroenen van schoolpleinen in de provincie Groningen.
1. Financiering
Alle scholen van Ommeriek zijn bezig met het vergroenen van hun schoolplein. Voor deze schoolpleinen moeten gewoonlijk meerdere financieringsbronnen worden aangeboord. Hoewel scholen in de gemeente Groningen een beroep kunnen doen op de gemeentelijke subsidie, moeten ook deze scholen op zoek naar aanvullende financiering, aangezien de totale kosten voor een groen schoolplein aanzienlijk hoger zijn. Mogelijke financieringsbronnen zijn bijvoorbeeld wijkvernieuwingsgelden, of de subsidieregeling Bos en Hout van de provincie Groningen. Scholen kunnen hier € 5.000 aanvragen voor een boom.
Het kost scholen veel tijd en energie om de financiering rond te krijgen.
Voor het regelen van financiering en andere praktische zaken worden de scholen van Ommeriek ontzorgd door de coördinator bewegingsonderwijs. De scholen van Openbaar Onderwijs Groningen kost het echter veel tijd en energie om de financiering rond te krijgen. Gevolg is dat de gemeente Groningen moeite moet doen om gegadigden te vinden voor de subsidieregeling en ook de scholenkoepel moet hier tijd in steken. Een andere uitdaging is dat de subsidieregeling voor scholen met een klein schoolplein niet altijd toepasbaar is, vanwege de eis om 25 procent van de verharding te vervangen door groen. Deze scholen geven aan dan onvoldoende verharde ruimte over te houden voor bijvoorbeeld de fietsenstalling en om te rennen.
2. Ondersteuning
Vanuit de scholenkoepels wordt organisatorische ondersteuning geboden aan scholen die hun plein willen vergroenen. Bij Ommeriek behelst deze ondersteuning de organisatie van het hele vergroeningstraject, inclusief de financiering. Bij Openbaar Onderwijs Groningen heeft deze ondersteuning vooral betrekking op beheer en onderhoud. De koepel wil graag tijdig bij de planvorming worden betrokken, omdat het beheercontract moet worden aangepast. Daarnaast hebben scholen ook behoefte aan advies over hoe zij kunnen komen tot een ontwerp voor de nieuwe inrichting. Hoewel het ook mogelijk is een in groene schoolpleinen gespecialiseerde ontwerper in te schakelen, laten veel scholen een ontwerp maken door de aannemer die het schoolplein ook aanlegt. Het nieuwe plein voldoet echter niet altijd aan de verwachtingen, bijvoorbeeld omdat het minder groen is dan gehoopt, of niet bestand is tegen hoge speeldruk.
3. Waterhuishouding
Bij de aanleg van een vergroend schoolplein wordt vaak vooral gekeken naar de bovengrondse inrichting en lang niet altijd naar de waterhuishouding. Gevolg is dat na de herinrichting soms extra kosten moeten worden gemaakt om alsnog drainage aan te leggen. Dit was bijvoorbeeld het geval op het schoolplein van basisschool het Karrepad in Groningen. Waterbergingscapaciteit is in de subsidieregeling van de gemeente Groningen geen noodzakelijke voorwaarde, maar telt alleen mee om de rangorde van aanvragen te bepalen indien er meer aanvragen zijn dan het subsidiebudget toelaat. Ook Ommeriek heeft drainageproblemen ervaren na de aanleg van de schoolpleinen van de kindcentra Wijland in Middelstum en Roemte-Beatrix in Loppersum. Hier ontstonden veel plassen onder de speeltoestellen, wat leidde tot verzakkingen.
4. Groene inrichting
Bij de vergroening van schoolpleinen spelen diverse dilemma’s. Het eerste dilemma betreft de manier van omgaan met de speeldruk, waardoor jonge boompjes en struikjes vaak niet lang overleven. Enerzijds benadrukt een medewerker van Donker Groen dat het noodzakelijk is het jonge groen af te zetten of leerkrachten toezicht te laten houden om te voorkomen dat kinderen dit groen vertrappen. Anderzijds willen scholen liever een robuustere inrichting met groter groen. Dit is echter duurder.
Een tweede dilemma heeft betrekking op de toepassing van avontuurlijk groen, dat uitnodigt om te ontdekken, spelen en bewegen. Schoolpleinen met veel avontuurlijk groen stimuleren creatief spelen en bieden meer verstopplekken, zoals bijvoorbeeld het schoolplein van basisschool Garmerwolde. Een nadeel kan echter zijn dat leerkrachten minder overzicht hebben.
Een derde dilemma is de omgang met ouders die moeite hebben met vieze kleding wanneer hun kinderen op regenachtige dagen in het groen spelen. Dit was bijvoorbeeld het geval bij het Kindcentrum in Ten Boer, waar dikke vette klei lag. Vanwege alle klachten liggen hier inmiddels weer tegels. Op sommige scholen vinden ouders vies worden overigens veel meer een probleem dan op andere scholen. Om de schoonmaakkosten te drukken is in ieder geval een inloopzone belangrijk, met een schraaprooster en een goede mat.
5. Onderhoud en beheer
De gemeente Groningen beoogt via de subsidieregeling Groene Schoolpleinen tevens bij te dragen aan openbare toegankelijkheid van schoolpleinen. Het zijn echter de scholen die opdraaien voor het herstellen van schade door vandalisme en het opruimen van achtergelaten rommel. Hoewel de gebouwen en grond van openbare scholen gemeentelijk eigendom zijn, heeft de gemeente Groningen de verantwoordelijkheid voor beheer en onderhoud overgedragen aan de schoolbesturen. Openbaar Onderwijs Groningen wil alleen meewerken aan openbare toegankelijkheid als Stadsbeheer deze verantwoordelijkheid weer overneemt, maar Stadsbeheer heeft een tekort aan budget en menskracht. Om deze reden is openbare toegankelijkheid op dit moment geen harde voorwaarde in de subsidieregeling.
Er ontstaat een paradox in het klimaatbeleid: de gemeente wil vergroenen, maar draagt tegelijkertijd de verantwoordelijkheid voor het beheer van die groene locaties over.
Dit heeft tevens geleid tot een paradox in het gemeentelijk klimaatbeleid. Scholen willen graag bomen en de gemeente heeft plantlocaties nodig. Toch plaatst de gemeente ze niet op schoolpleinen, omdat de verantwoordelijkheid voor beheer en onderhoud niet meer bij hen ligt.
Een Amsterdams voorbeeld laat zien dat beheer en onderhoud echter ook anders kunnen worden geregeld. De Subsidieregeling Amsterdamse Impuls Schoolpleinen 2019-2024 bood zestig scholen de mogelijkheid hun schoolplein te vergroenen, waarbij per plein € 70.000 beschikbaar was. Voor schoolpleinen die ook buiten schooltijd toegankelijk zijn, werden hierbij beheer en onderhoud overgenomen door het Stadsdeel. Subsidieaanvragers konden gebruik maken van een door de gemeente gefaciliteerde procesregisseur en werden bij het omzetten van hun aanvraag in een ontwerp begeleid en ondersteund door een gemeentelijk expertteam.
6. Samenwerking rondom nieuwbouw scholen en pleinen
Gemeentelijke nieuwbouwscholen worden doorgaans opgeleverd met een traditioneel schoolplein van tegels, voorzien van slechts een zandbak en een omheining. Scholen die een groen schoolplein willen, moeten vervolgens betalen om een deel van de tegels weer te laten verwijderen. Om de inrichting van de schoolpleinen bij oplevering toch zoveel mogelijk in de buurt te laten komen van de gewenste situatie, heeft Ommeriek gedurende het hele proces contact met het bouwbedrijf. Hierdoor wordt bijvoorbeeld grond die op de ene plaats wordt weggehaald, alvast op een andere plaats neergelegd in verband met een aan te leggen talud. Voor alles wat Ommeriek wil aanpassen, moet echter worden betaald.
Rol gemeente bij aanjagen vergroening
Scholen en schoolbesturen hebben vooral behoefte aan financiële middelen en ondersteuning tijdens het gehele vergroeningsproces. Verder willen zij graag leren hoe ze effectief met de hierboven beschreven uitdagingen kunnen omgaan, het liefst ondersteund door kennis en concrete voorbeelden. Een deel van de besproken knelpunten komt voort uit suboptimale samenwerking en afstemming, zowel tussen verschillende gemeentelijke afdelingen, als tussen de gemeente, schoolbesturen en scholen. Daarom is tijdens een workshop nagedacht over hoe gemeenten het proces van vergroening van schoolpleinen effectiever kunnen stroomlijnen. Deze workshop vond plaats bij basisschool Garmerwolde, een school van Ommeriek met een volgens betrokkenen succesvol vergroend schoolplein. Hieruit kwam naar voren dat gemeenten op vier manieren kunnen bijdragen:
1. Financiering
Hoewel de meeste gemeenten in de provincie Groningen geen middelen hebben voor een subsidieregeling, beschouwen de deelnemers aan de workshop het vergroenen van schoolpleinen wel als een belangrijk onderwerp waaraan gemeenten zouden moeten bijdragen. Tijdens de discussie kwam naar voren dat gemeenten soms wel incidenteel bijdragen. Zo heeft de gemeente Eemsdelta recentelijk meebetaald aan de vergroening van het schoolplein van Kindcentrum West in Delfzijl.
Houd bij subsidietoekenning rekening met de brede omgeving: een grijs schoolplein in een versteende buurt verdient meer prioriteit dan een plein naast het park
Aandachtspunt bij een subsidieregeling is de bruikbaarheid van de criteria voor scholen. De ervaringen van de gemeente Groningen leren dat vooral scholen met een klein schoolplein het lastig vinden om 25 procent van de verharding te vervangen door groen. Volgens sommige deelnemers zou de gemeente dit daarom niet als een hard criterium moeten hanteren, maar deze scholen moeten helpen toch zoveel mogelijk vergroening te realiseren middels bijvoorbeeld geveltuinen. Andere deelnemers vinden dat bij de beslissing over het toekennen van subsidie ook rekening moet worden gehouden met de inrichting van de directe omgeving. Het vergroenen van een plein naast een park is volgens hen minder urgent dan in een versteende buurt. Het betrekken van de scholenkoepels bij het opstellen van de criteria vergroot de bruikbaarheid.
2. Visie en beleid
Een geslaagde subsidieregeling voor schoolpleinvergroening vereist een visie die het hele proces beslaat: van de eerste planvorming en ontwerp tot aan de langdurige zorg voor het onderhoud.
Deze visie moet zich ook richten op een duidelijke en transparante verdeling van verantwoordelijkheden, zowel tussen de gemeente en andere partijen, als tussen gemeentelijke afdelingen onderling. Bij de herinrichting van schoolpleinen is afstemming met omliggende buurtpleinen essentieel. Dit zorgt voor een diverser speellandschap met een grotere variëteit aan speeltoestellen.
3. Ondersteuning
Voor een goed ontwerpadvies is nauwe samenwerking tussen gemeente en scholenkoepel cruciaal. De koepel fungeert hierbij als verbindende schakel die alle partijen bij elkaar brengt.
4. Kennis en goede voorbeelden
De gemeente kan scholen beter begeleiden bij het vergroenen door meer kennis te delen en aan de hand van voorbeelden te laten zien hoe zij met veelvoorkomende knelpunten omgaan.
Aanbevelingen voor gemeenten
De workshop heeft geleid tot drie concrete aanbevelingen voor gemeenten die het vergroenen van schoolpleinen willen stimuleren:
- Ontwikkel een integrale visie die verder kijkt dan alleen het ontwerp. Leg hierin vast hoe beheer en onderhoud worden geregeld en maak heldere afspraken over de verantwoordelijkheden, zowel tussen de gemeente en externe partners als tussen de gemeentelijke afdelingen onderling.
- Ontwikkel subsidierichtlijnen samen met scholenkoepels en maak de omgevingsfactoren onderdeel van de beoordeling. Dit zorgt voor een effectievere verdeling van de beschikbare middelen op basis van de lokale behoefte.
- Leg in het beleid vast dat speeltoestellen bij herinrichting worden afgestemd op de omgeving, zodat het aanbod in de buurt gevarieerd blijft.
Tijdens de workshop presenteerde basisschool Garmerwolde hun aanpak voor de vergroening, gevolgd door een rondleiding over het nieuwe schoolplein. Tijdens de bezichtiging werd benadrukt dat ‘vies worden’ juist een teken is van een geslaagde speelervaring.
‘Als je niet vies bent geworden, heb je niet goed gespeeld’.
Workshops bieden een waardevol podium voor kennisuitwisseling over natuurlijke en veilige speelplekken. De kernboodschap werd treffend verwoord door een deelnemer: ‘Als je niet vies bent geworden, heb je niet goed gespeeld’.
Over het onderzoek
Dit onderzoek is tot stand gekomen binnen de context van het door ZonMw gefinancierde Leernetwerk Gezonde Leefomgeving Groningen (LEGrO). Het consortium bestond uit gemeente Groningen (penvoerder), Groninger gemeenten, Groninger Dorpen, GGD Groningen, Hanze, RUG, UMCG, Aletta Jacobs School of Public Health en Menzis.