artikel
10 min.

Vergeet wat je weet om Almere te begrijpen

Stadsplattegrond met Almere Buiten.

Voor het tv-programma ‘Stand van Nederland’ wandelde electoraal geograaf Josse de Voogd door Nederland. Almere, vertelt hij, legt de problemen van Nederland bloot. De middenklasse voelt zich onzeker, individualisme viert hoogtij, kansengelijkheid staat onder druk en verloedering ligt op de loer. Bewoners zijn onvoldoende georganiseerd om het tij te keren (Brock et al., 2023). Tegelijkertijd vallen de problemen nauwelijks op, want het paradoxale is dat Almere als vestigingsplaats populairder is dan ooit. Almere is inmiddels de 7e stad van Nederland, en bijna de helft van de nieuwbouwkoopwoningen heeft een verkoopprijs boven 600.000 euro (gemeente Almere, 2026).

 

Almere is gelijktijdig een succesvolle en een kwetsbare stad. Vaak wordt Almere vergeleken met andere groeikernen uit de jaren ’70 (de Meere, 2024). Dat is wat ons betreft onterecht. Almere is inmiddels een grote  stad met sociale problematiek die vergelijkbaar is met die van andere grote steden. Toch lijkt sociale ongelijkheid in Almere een andere ruimtelijke verschijningsvorm te hebben, waarbij verschillen tussen stadsdelen beperkt zijn. Dat wil niet zeggen dat zich op buurtniveau niet dezelfde trends voltrekken. Sociaal-ruimtelijke analyses van Almere op buurtniveau zijn echter schaars. Wij proberen dit gat te vullen, vanuit de overtuiging dat feitelijke inzichten het begin zijn van kennis die nodig is voor het bouwen aan de toekomst van de stad.

Almere: een uniek idealistisch project

Almere is gebouwd op het ideaal van volksverheffing. Een betaalbare rijtjeswoning voor iedereen, in een groene omgeving en uitstekend bereikbaar met de bus en de fiets. Straten waar kinderen kunnen spelen, gemengde buurten met voorzieningen en verenigingen om mensen bij elkaar te brengen. Een maakbare stad die mensen in staat stelt iets van hun leven te maken. Sla het boek ‘Bouwen aan de geluksmachine’ open, en je ziet de voorbeelden van optimistische jaren ’70-architectuur die hiervoor de basis moest vormen (Provoost, 2025). Die belofte resoneerde. Architecten, stedenbouwkundigen en beleidsmakers kwamen met busladingen naar de nieuwe stad om te leren van deze best practice.

De eerste fase van Almere is gebouwd onder regie van de Rijksoverheid. Het ‘Projectburo Almere’, onderdeel van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, maakte de blauwdruk.  De Rijkswoningbouwstichting bouwde en verhuurde een groot deel van de woningen, een ander deel werd in opdracht van de Rijksdienst gebouwd als premie-koopwoning, waarbij kopers met een inkomen tot modaal een subsidie (premie) kregen voor de aankoop van een woning  (Boer, 2020; Geurts, 1992). De eerste bewoners ontvluchtten de stadsvernieuwing in Amsterdam of de oude woningen in het Gooi. Almere bood met name jonge gezinnen de kans om een nieuw leven op te bouwen.

De nieuwbouwwijken uit de latere jaren ’90 en ’00 bestaan uit aanzienlijk minder sociale huurwoningen, meestal zo’n 20% tot 25%. Wel heeft de gemeente een groot deel van de nieuwbouw in het betaalbare koopsegment geprogrammeerd, van massaproductie tot zelfbouw. In de late jaren ’00 daalde de bouw van sociale huurwoningen tot een minimum, met uitersten tot 9% in de Noorderplassen.

Tot een aantal jaar geleden werden de oudere Almeerse buurten gezien als ‘vluchtheuvelbuurten’, een van de weinige buurten in de metropoolregio waar je als urgent woningzoekende een betaalbare koopwoning of sociale huurwoning kon bemachtigen (Musterd et al., 2019). Inmiddels is de wachttijd voor een sociale huurwoning opgelopen tot 9 jaar, en is de gemiddelde verkoopprijs van een koopwoning toegenomen tot een half miljoen, waarvoor van deze verhuisbewegingen geen sprake meer is.

De woningmarkt: een sorteermachine?

In de 50-jarige geschiedenis van Almere is een steeds groter deel van de woningvoorraad onder een marktregime komen te vallen. Het gevolg is dat de hoeveelheid geld die mensen mogen lenen, bepaalt in welke woningtypen en buurten zij kunnen wonen .

Wat doet dit met de spreiding van verschillende inkomensgroepen, leeftijdsgroepen en etnische groepen over de stad? We schetsen een globaal beeld van veranderingen in de samenstelling van Almeerse buurten op basis van tijdreeksen van het CBS (buurt- en wijkstatistiek). Op deze manier zijn we in staat 30 jaar terug in de tijd te kijken, van 1995 tot en met 2024. Een periode waarin Almere groeide van 100 duizend naar ruim 230 duizend inwoners.

Hoe komt het eigenlijk dat steeds meer Almeerse woningen via de markt een volgende bewoner vinden? Ten eerste hebben woningcorporaties vanaf de jaren ’00 een deel van hun bezit verkocht. De overgebleven sociale huurwoningen zijn veranderd van een algemene voorziening voor iedereen die zich inschreef, tot een vangnet voor mensen met de allerlaagste inkomens. Dat heeft een grote invloed op de sociale samenstelling van buurten met veel corporatiewoningen (Leidelmeijer & Frissen, 2022). Ten tweede is een flink deel van de premie-A/B/C-koopwoningen is inmiddels doorverkocht door de eerste bewoners, waarbij de gemeente geen aanvullende eisen meer stelt (gemeente Almere, 2020a).

Marginalisering van kwetsbare wijken

Een aantal wijken uit de beginjaren van Almere is gebouwd met een zeer hoog aandeel sociale huurwoningen (ruim driekwart). In de pioniersperiode (1975-1995)  leverde dat een gemengde buurt op, want de sociale huur was toegankelijk voor iedereen, ongeacht het inkomen. In de afgelopen 30 jaar is de instroom in de sociale huursector steeds eenzijdiger geworden. De woningcorporaties hebben een wettelijke verplichting gekregen hun sociale huurwoningen te verhuren aan mensen met een laag inkomen. In toenemende mate worden sociale huurwoningen toegewezen aan mensen in een kwetsbare situatie.  In buurten met veel appartementen, zoals de centrumgebieden van Haven, Stad, en Buiten, maar ook de Staatsliedenbuurt en de Indische buurt zijn bovendien veel éénpersoonshuishoudens in een kwetsbare situatie terechtgekomen.

Vanaf 2024 streeft de stad ernaar 40% van de nieuwbouw in de sociale huursector plaats te laten vinden (gemeente Almere, 2024). De laatste jaren zijn de nieuwe sociale huurwoningen echter zeer ongelijk over de nieuwbouwwijken terechtgekomen: veel dure koopwoningen in Duin en Nobelhorst, veel sociale huur in Europakwartier.

In Almere zien we geen typische gentrificatie-ontwikkeling zoals in de meeste grote  Nederlandse steden, waarbij hoogopgeleide jonge mensen hun intrek nemen in oudere, centraal-gelegen buurten. Amsterdamse of Utrechtse afgestudeerden blijven hangen in hun eigen universiteitssteden. Centrale buurten met betaalbare woningen, die in andere  steden gentrificatiepotentieel zouden hebben, zoals Stedenwijk-Noord of de Staatsliedenwijk, blijven het domein van huishoudens met een lage sociaaleconomische status. In dat opzicht lijkt de geografie van Almere eerder op die van de Amerikaanse stad: kwetsbare binnensteden, rijke suburbs.

Nieuwe dynamiek: een tweede jeugd voor een aantal wijken

Een aantal oudere buurten is vanaf 2020 aan een tweede jeugd begonnen. Na een gestage daling, neemt het aantal gezinnen met jonge kinderen de laatste jaren weer toe. Het gaat niet om buurten uit een bepaalde bouwperiode, maar een selectief aantal ruim opgezette en van origine gemengde buurten in Almere-Haven en Almere-Stad. De CBS-tijdreeksen geven een aanwijzing dat senioren met hoge inkomens vertrekken, en jonge gezinnen hun plek innemen. Zij behoren (nog) niet tot de hoogste inkomensgroepen, maar behoren wel tot de hoogopgeleide tweeverdieners. Grote kans dat het gaat om jongeren die opgegroeid zijn in Almere, en na een studie in Amsterdam of Utrecht terugkeren met een jong gezin, of om doorstromers uit de regio op zoek naar een groen en kindvriendelijk woonmilieu.

In de Parkwijk en de Verzetswijk nemen zowel het aandeel gezinnen als het aandeel huishoudens met hoge inkomens snel toe. Deze buurten zijn niet alleen groen en ruim-opgezet, maar ook nog eens uitstekend bereikbaar per trein en auto. Een voorzichtige aanname is dat we in deze voormalige gemengde buurten gezinsgentrificatie zien: sociaal-economische opwaardering geleid door gezinnen. Dat verklaart meteen waarom de sociale kaart van Almere er anders uitziet dan die van andere grote steden. Sociale opwaardering wordt gedreven door huishoudens in de gezinsfase, op zoek naar groenstedelijke woonmilieus.

Naar een hyperdiverse stad

In dertig jaar tijd is Almere veranderd van een witte stad in een hyperdiverse stad, waar ruim 150 nationaliteiten samenleven. Met name het aandeel bewoners met een niet-Westerse migratieachtergrond is toegenomen: van 8% in 1995 tot 40% in 2024. Opvallend is dat het vaak gaat om bewoners die behoren tot de middenklasse. Een verhuizing naar een koopwoning in Almere is onderdeel van hun opwaartse sociale mobiliteit, en de volgende stap in hun wooncarrière. In de meer recent gebouwde wijken in Almere Poort doet dit fenomeen zich het sterkste voor. Men spreekt wel eens van een ‘zwarte vlucht’ vanuit Amsterdam Zuidoost.

In een aantal buurten gaat een groot aandeel mensen met een niet-Westerse migratieachtergrond samen met een concentratie van kwetsbare bewoners en een groot aandeel sociale huur, zoals de Staatsliedenbuurt en de Stedenwijk. Opvallend is het lagere aandeel bewoners met een migratieachtergrond in de oudere buurten van Almere Haven, met een vergelijkbaar lage sociaaleconomische status.

Het mechanisme: de Almeerse woningladder?

Eén specifiek Almeers mechanisme lijkt grote invloed te hebben op de geografie van de stad. Wie zich eenmaal gevestigd heeft in Almere, maakt een wooncarrière binnen de stadsgrenzen. Van een sociale huurwoning naar een koopwoning, van een bestaande buurt naar een nieuwbouwwijk. Soms meermaals achter elkaar. Bij iedere verhuizing ontstaat er overwaarde die ingezet kan worden bij de volgende verhuizing. Op deze manier zijn veel bewoners van het eerste uur,, met een sterke binding met de stad, terechtgekomen in wijken met grotere woningen die gebouwd zijn vanaf de jaren ’90 (Nio, 2016). Wie op vrijdag de markt in Almere-Haven bezoekt, treft talloze mensen die al twintig jaar geleden zijn doorverhuisd naar een ruimere woning in de Muziekwijk of Tussen de Vaarten.

Groene, en ruimopgezette nieuwbouwwijken als Nobelhorst en Oosterwold zijn populair  onder Almeerse die doorverhuizen. Een volgende stap moet meer ruimte en groen opleveren, zo lijkt het. Opvallend genoeg worden de recent-gebouwde wijken in Almere Poort minder aangedaan door de Almeerse doorstroomtrein. Deze buurten zijn stedelijker en minder ruim opgezet. Amsterdammers die naar Poort verhuisd zijn, verhuizen juist wél door binnen Almere Poort. Qua  verhuisgedrag zijn het echte Almeerders geworden (gemeente Almere, 2020b).

Parallelle werelden in een gemengde stad

Wat hebben vijf decennia volkshuisvestingsbeleid ons gebracht? Almere is en blijft een gemengde stad, maar tegenstellingen tussen buurten worden steeds groter. Ten eerste is een aantal oudere buurten met veel sociale huurwoningen kwetsbaar geworden. Ten tweede  staat de Almeerse buurtgedachte onder druk. Vanaf de jaren 2000 is eenzijdig in de koopsector gebouwd. Daarnaast is de gemeente afgestapt van het idee dat iedere buurt een eigen gezondheids-, en dienstencentrum nodig heeft. Op stadsdeelniveau is Almere echter zo goed in mengen, dat de stad niet verschijnt op lijstjes met probleemwijken en hierdoor financiering vanuit het Rijk misloopt, terwijl dit geld  hard nodig voor een sociale aanpak.

Wachten lost sociale problemen niet op. Klassieke gentrificatie, waarbij jonge tweeverdieners buurten rond het centrum ‘opwaarderen’, is afwezig. In een beperkt aantal oudere buurten is wel sprake van gezinsgentrificatie, waarbij jonge gezinnen aantrekkelijke twee-onder-een-kappers en vrijstaande woningen kopen in groene, goed bereikbare wijken. Hierdoor begint een deel van de ‘betere’ oude buurten aan een tweede jeugd terwijl in andere buurten de (sociale) eengezinswoningen worden bewoond door empty nesters en kwetsbare bewoners.

Vervolgonderzoek moet uitwijzen of zich in groeikernen ‘op het oude land’  vergelijkbare processen voltrekken. Zorgen de groepen die voor gezinsgentrificatie zorgen in oudere Almeerse wijken ook in Zoetermeer, Hoorn of Purmerend voor een tweede jeugd in specifieke groeikern-buurten? Of wijken hoogopgeleide jonge deze gemeenten uit naar   jaren ’30-woningen of naar nieuwbouwwijken elders? Met andere woorden, zorgt juist het feit dat Almere een New Town is, voor een hernieuwde waardering van wijken uit de jaren ’70 tot ‘90?

Vooruitkijken: sociale wijkvernieuwing als ‘Chefsache’

Voor kansengelijkheid en leefbaarheid is het zaak nu te investeren in gemengde buurten. In de nieuwbouw gebeurt dit al. Het huidige college stelt zich ten doel buurten te bouwen met een gemengd woningbouwprogramma (40% in het sociale segment, 40% in het middensegment, en 20% in het dure segment), en voorzieningen. Dat is een terugkeer naar de oorspronkelijke idealen. Toch bestaat het risico dat deze wijken kwetsbaarder zijn dan voorheen, omdat de sociale huur veel meer dan voorheen het domein is geworden van kwetsbare doelgroepen. Zo dreigt het onderscheid tussen ‘kopersbuurten’ en ‘huurdersbuurten’ steeds groter te worden.

Voor de oude wijken is een nieuwe aanpak nodig. Evenals in andere New Towns staat Almere voor een grote onderhoudsopgave, zowel voor het vastgoed als de openbare ruimte. Deze opgave is uniek in omvang en kenmerkend voor groeikernen. Het komt in golven op de stad aanrollen, omdat grote aantallen buurten tegelijkertijd aan de beurt zijn. Dit is dé kans om fysiek én sociaal aan de slag te gaan: sociale wijkvernieuwing. In buurten die spontaan aan hun tweede jeugd zijn begonnen, kan de gemeente een steuntje in de rug bieden. In buurten die kwetsbaar zijn, zal de gemeente de regie moeten nemen. Dat gaat ongelijkheid tegen en herstelt de Almeerse buurtgedachte in ere.

Gemeente, woningcorporaties en maatschappelijke partijen hebben de wil om aan de slag te gaan. Voorlopig ontbreekt het aan geld en doorzettingsmacht om écht het verschil te maken voor de bewoners. Het kan anders. Door een wethouder sociale wijkvernieuwing in te stellen die samen met bewoners een plan maakt waarmee de oude buurten kunnen beginnen aan een tweede jeugd. Door onderhoud niet als vervangingsopgave te zien, maar als kans. Als kans om seniorenwoningen en jongerenwoningen toe te voegen, doorstroming te faciliteren, het groen aantrekkelijker, duurzamer en toegankelijker te maken, en plaats te maken voor sociaal ondernemerschap en buurtvoorzieningen. Dat vergt lef en visie. Als de aanpak slaagt, is Almere opnieuw een gidsstad voor de volkshuisvesting.

Website by HOAX Amsterdam