artikel
12 min.Vrouwen dragen vernieuwing landelijk gebied
Voor een duurzame toekomst van het landelijk gebied, is het noodzakelijk dat landbouw diversifieert in innovaties en innovators. Uit het Horizon Europe project FLIARA blijkt dat vrouwelijke innovators vaker kiezen voor een aanpak met meer aandacht voor sociale en culturele ontwikkelingen en mogelijkheden. Landbouw is nog steeds een mannenbolwerk. Vrouwen lopen nogal eens op weerstand en onbegrip. In dit artikel introduceren we zeven verschillende netwerken als analytisch kader voor beleidsverandering, om vrouwen volwaardig en gelijkwaardig mee te kunnen nemen in nieuw landbouwbeleid.
Waarom (nu) aandacht voor vrouwen?
Van oudsher hebben vrouwen meegewerkt in het boerenbedrijf, waar ze naast huishoudelijk en gezinstaken combineerden met activiteiten op het erf. In de traditionele rol van boerin is een vrouw geen bedrijfshoofd. De cijfers van Eurostat (2025) laten zien dat slechts 28,3% van de bedrijfshoofden in Europa vrouw is en in Nederland is dat slechts 5,6%. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EU doet te weinig om dit te doorbreken (zie ook Diamanti et al, 2026). Dit kan waarschijnlijk worden verklaard uit de waarden binnen boerenfamilies en de manier waarop daar in opvolgers wordt voorzien (Brandt, 2002; Contzen & Forney, 2017; Pfammatter & Jongerden, 2023; Korterink & van Helvert, 2025). Nederland kent de hoogste landbouwgrondprijzen van Europa en dat maakt toegang tot landbouwgrond voor buitenstaanders nog lastiger dan elders in Europa, waardoor dit scheve successieverhoudingen niet compenseert en de toegang tot het beroep van landbouwer een probleem is (zie ook Sutherland, 2023).
De statistische representatie in landbouwtellingen gaat ervan uit dat er slechts een bedrijfsleider is; wat binnen een familiebedrijf voortkomt uit de gedachte van voor 1956 dat in de echtvereniging er “geen twee kapiteins op een schip konden zijn” (Jansen, 2006:1256) en er dus een hoofd van de huishouding moet zijn. Uit een verdiepende analyse op basis een steekproef van Nederlandse agrarische bedrijven door Giesbers et al. (2025) blijkt dat slechts 1% van de bedrijven alleen door vrouwen wordt geleid, 61% van de bedrijven alleen mannen aan het hoofd heeft en 38% wordt geleid door een combinatie van mannen en vrouwen. Booij (2016) en Vermuë (2025) geven aan dat door het niet goed juridisch regelen van de rol van de specifieke vrouw in het bedrijf, na overlijden of scheiding schrijnende situaties ontstaan die vermeden hadden kunnen worden.
Het gaat niet alleen maar om de cijfers, maar ook om de verhalen die hierachter schuilen.
Uit Europees onderzoek FLIARA (Female Led Innovations in Agriculture and Rural Areas, zie www.fliara.eu) blijkt dat vrouwen veel te maken krijgen met vooroordelen rond erfopvolging en opleiding. In zo een situatie wordt als eerste naar de zoon gekeken en niet naar de dochter of wordt de dochter extra bevraagd als ze het bedrijf wil overnemen. Uit het onderzoek bleek dat vrouwen nog te vaak ervaren dat adviseurs of financiers eerst naar de man vragen als bedrijfshoofd en verbaasd reageren als het om een vrouw gaat. Dit zorgt ervoor dat vrouwen minder snel grote innovaties voorstellen, omdat ze weerstand verwachten. Tevens laat het onderzoek zien dat de vrouwen ook niet altijd naar essentiële werkgerelateerde cursussen gaan.
Problemen van vrouwen in de landbouw zijn al breder erkend en de Verenigde Naties heeft daarom 2026 uitgeroepen tot het Internationale Jaar van de Boerin (International Year of the Woman Farmer) om de rol van vrouwen in de landbouw te benadrukken (UN, 2024). Dit initiatief, waarvan de uitvoering in handen is van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO), is bedoeld om te zorgen voor meer beleidsontwikkeling om barrières voor vrouwen weg te nemen, genderongelijkheid in landbouwsystemen tegen te gaan en te werken aan ‘empowerment’ van vrouwen. Ook binnen de OESO wordt in 2026 gewerkt aan handvatten om de rol van de vrouwen te stimuleren en hebben ze eind 2025 al (samen met Nederland, Ierland en Spanje) een event georganiseerd met als titel “Cultivating Change: Promoting Equal Opportunities in Food Systems”.
Verschillende leiderschapsstijlen
McGuiness et al. (2023) concluderen in hun onderzoek dat de landbouw nog steeds een masculiene wereld is, met de daarbij behorende denkbeelden en werkwijzen, waarin de nadruk ligt op technologische innovaties en financieel rendement. Onderzoek laat zien dat vrouwen in de landbouwnaast financiële prestaties ook ecologische en sociale overwegingen meenemen in de besluitvorming (Seuneke & Bock, 2015; Kortering & Van Helvert, 2025). Het is daarom essentieel om vrouwelijk leiderschap in de agrarische sector allereerst te waarderen om de wijze waarop het bijdraagt aan het bedrijf en het stimuleren om op eigen kunnen te vertrouwen als onderdeel van het emanciperen van de vrouwelijke agrarische ondernemer. Als we de uitdagingen in de landbouw het hoofd willen bieden hebben we zowel vrouwelijk als mannelijk leiderschap nodig.
Dit kan worden geïllustreerd met de Landbouw- en Natuurverkenning, waarin het PBL (2025) twee visies schetst hoe landbouw en natuur ons landschap kunnen gaan vormgeven, en waarbij innovatie het toverwoord vormt. De eerste visie gaat verder in op het model van de intensieve landbouw op die plekken waar dat nu ook al is. Het tweede perspectief benadrukt de multifunctionele en meer kleinschaliger landbouw. Bij het versterken van intensieve landbouw spelen technologische aanpassingen een hoofdrol (passend bij de traditionele masculiene stijl), bij de multifunctionele aanpak juist de aandacht voor culturele en sociale ontwikkelingen, waarin vrouwelijke innovatoren een belangrijke rol kunnen spelen. Dit zal ook letterlijk leiden tot een ander landschap. Waar de huidige landschappen, ondersteund door ruilverkaveling en landinrichting steeds moderner en eenzijdiger zijn geworden, zal deze meer multifunctionele ontwikkeling leiden tot meer diversiteit. Dit vraagt om een andere stijl van leiderschap en het leggen van nieuwe connecties. Deze stap richting een veranderende rol is nog niet in het rapport van PBL onderkend, omdat dit buiten de focus van het onderzoek lag. Het begrip inclusiviteit betreft alleen natuurinclusiviteit en er is soms sprake van boerengezinnen, maar dan gaat het meer over bestaanszekerheid dan over een drijvende kracht voor innovatie en verandering van het landschap.
Uitkomsten Europees onderzoek
In de afgelopen 3 jaar is in Europees verband is er onderzoekgedaan naar de kansen en problemen van vrouwelijke innovators in de landbouw en het rurale gebied met drie verschillende aanpakken. In het project FLIARA is gekozen voor een aanpak waarbij, naast literatuuronderzoek, verkenning van toekomstige innovaties en de rol van vrouwen hierin en een benchmarkingsonderzoek, vooral gekozen is om succesvolle vrouwelijke innovators te spreken. In 10 Europese landen zijn de door vrouwen ontwikkelde innovaties bekeken en zijn in totaal 200 vrouwelijke innovators geïnterviewd. Hieruit zijn 20 ambassadeurs geselecteerd, die uitvoerig zijn bevraagd naar hun innovatiereis. Tijdens 4 Community of Practices (CoP) zijn er workshops geweest waarin besproken is hoe de toekomst van het rurale landschap er in de toekomst uit zal zien. Dit alles heeft geleid tot toolboxen en een breed pakket aan voorbeeldprojecten, beleidsbrieven en ander materiaal om Europees en landelijk beleid te wijzigen (www.fliara.eu). Tijdens het project bleek dat zeven netwerken van belang zijn om vrouwelijke innovators succesvol te laten opereren.
Zeven netwerken
De uitkomsten van toekomstverkenningen, interviews, workshops en CoP’s leverde op dat, om vrouwen en mannen gelijkwaardige kansen tot innoveren te bieden, een serie uiteenlopende ‘sociale’ aanbevelingen (80%) en harde bureaucratische regels (20%) moet worden uitgewerkt (Kuhmonen & Tembo, 2024). Deze aanbevelingen gaan over diverse beleidsvelden en disciplines heen. Op basis van dit onderzoek zijn zeven netwerken benoemd, waarin de gemeenschap de juiste infrastructuur moet faciliteren. Nieuw beleid zou dus georganiseerd moeten worden om deze 7 netwerken heen.
De netwerken zijn:
- Het sociale netwerk dat gaat over de afspraken en mogelijkheden om de familie rond vrouwelijke innovators te verbeteren, zoals het verbeteren van kinderopvang, naschoolse opvang, mantelzorg, die ervoor zorgen dat de vrouwen de mogelijkheid hebben om ongestoord te werken. Hoewel mannen steeds meer van deze taken uitvoeren, zien we nog steeds in de maatschappij breed, zoals blijkt uit de tweejaarlijks uitkomende emancipatiemonitor (CBS, 2024) dat vrouwen verantwoordelijk zijn om dit deel van de taken te organiseren. Met name voor zelfstandigen, zoals boeren, is dit in veel landen nog niet goed geregeld..
- Een financieel veiligheidsnetwerk zijn diverse regels rond gezondheid, huwelijkse staat en bedrijfsovername, waarin de financiële zekerheid voor de vrouw in wordt geregeld. Het is nodig dat vrouwen die meewerken op het bedrijf van hun partner, ook dezelfde arbeidsrechten verkrijgen. .
- Binnen het netwerk werk/ leven netwerk wordt aandacht gevraagd voor maatregelen rond een gezonde balans tussen werk en persoonlijk leven, dus waar aandacht is voor ondersteuning in het bedrijf, zoals hulp als door ziekte van de eigenaar even geen tijd is. In ons onderzoek bleek dat de aandacht en het sociale netwerk van de ambassadeurs via de Community of Practice erg waardevol was en heeft geleid tot gemeenschappelijke initiatieven. Dit draagt bij aan een gezonde balans in het persoonlijk leven en een versterking van eigenwaarde van de vrouwen.
- Een economisch netwerk is een belangrijk netwerk waarin het belang van de commercialisatie van de producten en of de uitkomsten van de innovaties worden benut en waarin marketing en digitalisering en zichtbaarheid van het bedrijf een rol spelen. Bij subsidies kan vaak alleen de persoon met een meerderheidsbelang een aanvraag doen, wat samenwerking in een maatschap niet stimuleert of erkent.
- Het advies netwerk is belangrijk, omdat veel bedrijfsadviseurs nog uitgaan van de mannelijke werkwijzen en daarmee bijvoorbeeld multifunctionele bedrijfsvoering nog niet altijd voldoende waarderen. Dat levert op dat vrouwen zich ontmoedigd voelen of zelfs geen subsidie of lening krijgen. Adviseurs moeten zich allereerst bewust worden van dit mechanisme om het te veranderen.
- Het educatie netwerk is essentieel omdat kennis leidt tot verbetering van het kennis hoe het bedrijf of de innovatie te verbeteren. Verplichte opleidingen zijn daarbij belangrijk, maar ook cursussen in bijvoorbeeld marketing en digitalisering. Het is noodzakelijk om een (voucher) systeem op te zetten waarin vrouwen organisatorisch en financieel ondersteund wordt om de verplichte en noodzakelijke cursussen te bezoeken.
- Het politieke netwerk is belangrijk om toegang te hebben tot netwerken waarin de besluiten worden genomen. Het is belangrijk dat vrouwen op hogere posities komen, zodat zij de andere keuzes die vrouwen maken ondersteunen.
Conclusie: Ontwikkelen van netwerken
Deze netwerken zijn belangrijk voor diverse doelgroepen, als beleidsmedewerkers, mannen en vrouwen. Vrouwelijke ondernemers zouden voor een succesvol bedrijfsvoering al deze netwerken op orde moeten brengen, ook in gesprek met hun partners. Daarvoor is het noodzakelijk dat vanuit beleid infrastructuur wordt ontwikkeld om deze netwerken te ondersteunen. Deze stap is belangrijk, nu de voorbereidingen voor de nieuwe 7-jarige EU begrotings- en beleidscyclus in het GLB ontwikkeld wordt. Nog steeds vormt het aantal hectaren waarop landbouw wordt bedreven het belangrijkste criterium voor de verdeling van de Europese landbouwbudgetten. Hier is veel kritiek op (Pe’er et al., 2020; Diamanti et al., 2026). Voor de nieuwe ronde binnen het GLB zou dus veel meer aandacht moeten komen voor het versterken van minderheidsgroepen, zoals vrouwen. Verandering in het landelijk gebied komt niet alleen vanuit de noodzaak om landbouw te verduurzamen vanwege economische en ecologische randvoorwaarden. Minstens zo belangrijk zijn dus de sociale en culturele innovaties in het landelijk gebied waarbij de erkenning van initiatieven van vrouwen cruciaal is voor een brede, duurzame landbouw van de toekomst.