recensies

Ruimtelijke rechtvaardigheid in al haar facetten

Caroline Newton (2025)

Envisioning Spatial Justice: Explorations, Reflections, Design

Jap Sam Books, Prinsenbeek
304 p.
ISBN 978-94-93329-44-7
€ 27,50

Hoewel het concept rechtvaardigheid niet nieuw is in de planologie, zien we dat het discours rondom spatial justice zich de afgelopen jaren snel heeft ontwikkeld door de groeiende bewustwording van ongelijkheid, klimaat(on)rechtvaardigheid en de roep om inclusieve en participatieve vormen van planning. Rechtvaardigheid helpt om de verdelingsvraagstukken die inherent zijn aan ons vakgebied vorm te geven, om uit te leggen waarom bepaalde moeilijke keuzes over de ruimte worden gemaakt, en om het proces van planning en ontwerp door een morele bril te bekijken. Over wat ‘rechtvaardigheid’ dan precies is bestaan talloze theoretische raamwerken, eerst geleend uit de politieke filosofie, later door anderen toegepast in de ruimtelijke context zoals steden (Rot et al., 2025; Weghorst et al., 2024). Omdat rechtvaardigheid vanuit zo veel verschillende hoeken bekeken kan worden, is het aantal perspectieven op rechtvaardigheid vanuit de planologie, en ook de sociale geografie enorm.

In haar boek waagt Caroline Newton een poging om te laten zien hoe haar perspectiefis gevormd door deze verschillende perspectieven. Newton werkt aan de TU Delft en is mede-oprichtster van het Centre for the Just City. Haar boek sluit haar periode als Van Eesteren-fellow af.

Het boek is gewaagd omdat Newton probeert om meerdere veelal abstracte theorieën te koppelen aan de praktijk van stedelijk ontwerp en planologie. Dit doet ze door het boek op te delen in vier secties. De eerste sectie is een theoretische reflectie op spatial justice, waarin Newton verschillende theorieën samenbrengt en toewerkt naar een voorstel voor principles for just designing die door de praktijk gebruikt kunnen worden. Ze bespreekt waar rechtvaardigheid zijn oorsprong vindt (denk aan Plato en Rawls, 1971) en waar de ruimtelijke component van rechtvaardigheid theoretisch is verankerd (o.a. Lefebvre, Soja, Moroni). Vervolgens bouwt ze hierop voort met kritische perspectieven uit feministische theorie (Crenshaw, 2013; Haraway, 2013; hooks, 2014), met nadruk op machtsverhoudingen (Bourdieu, 1984; Harvey, 1996) en de uitdaging om de fysiek-sociale omgeving niet als een neutraal of gedepolitiseerd gegeven te beschouwen (Marcuse, 2013; Young, 1991). De sectie biedt veel aanknopingspunten, maar vraagt ook het nodige van de lezer door de grote verscheidenheid aan theorieën en de vele voorbeelden van over de hele wereld die ter illustratie worden gebruikt.

De tweede sectie bestaat uit kortere reflecties op ruimtelijke rechtvaardigheid, geschreven door Newtons collega’s. Hierin verkennen de auteurs hoe hun eigen expertise zich verhoudt tot spatial justice. Dat is niet in alle bijdragen even duidelijk terug te zien. Rodrigo Viseu Cardoso schrijft bijvoorbeeld over post-growth, maar benoemt de relatie met rechtvaardigheid nergens expliciet. Het verband is wél helder in de bijdrage van Roberto Rocco, die voortbouwt op de theoretische sectie door te beschrijven hoe de capabilities approach van Sen en Nussbaum kan helpen om ruimtelijke rechtvaardigheid concreter te maken. Ook de bijdrage van Juliana Gonçalves is een sterke toevoeging, omdat ze ingaat op het belang van een ‘sociaal forum’ in discussies over procedurele rechtvaardigheid.

De derde sectie is gewijd aan de rol die onderwijs kan spelen in het verankeren van ruimtelijke rechtvaardigheid in ruimtelijke planning. Een inleidend hoofdstuk over studio-onderwijs en het opleiden van kritische studenten wordt gevolgd door een verzameling van thesiswerk van studenten, die ieder een eigen kort hoofdstuk krijgen. De vierde sectie sluit af met een call to action van Newton in de vorm van een essay en een manifest voor rechtvaardigheid in ruimtelijke planning. Door een podium te geven aan collega’s, studenten, en theoretici die wellicht minder bekend zijn onder planologen, zoals hooks, Mohanty, en Haraway brengt ze veel belangrijke onderwerpen bijeen.

Het boek besteedt veel aandacht aan de vorm: kleurenschema’s, verschillende lettergroottes en infographics zijn alomtegenwoordig. Dat levert een strak vormgegeven boek op voor op de koffietafel of je bureau, maar soms lijkt de vorm belangrijker te zijn geweest dan de functie. Deze vorm lijkt, naast in het oog springen als je het boek voor het eerst doorbladert, geen duidelijke functie te hebben. Kaarten die oorspronkelijk in meerdere kleuren zijn opgezet, worden nu moeilijk leesbaar door het gebruik van één kleur in verschillende tinten (Figuur 1). Daarnaast voegen veel visualisaties weinig toe omdat ze nauwelijks in de tekst worden toegelicht en niet zijn genummerd (Figuur 2). Ook de tekst is minder makkelijk te doorgronden door de vele manieren waarop elementen worden benadrukt: highlights, grotere letters, uitvergrote citaten, inspringingen. Omdat bijna alles op een bepaalde manier nadruk krijgt, valt uiteindelijk weinig echt op.

Dit boek biedt veel mogelijkheden als bruikbaar handboek voor wetenschappers en professionals in ruimtelijke planning, met zowel concrete ontwerpprincipes als theoretische verdieping en onderbouwing van die principes. Met een veelkoppig concept als rechtvaardigheid is dat echt een uitdaging, maar het is in dit boek gelukt om alle benodigde ingrediënten bij elkaar te brengen. Het is echter niet heel makkelijk om alle theorieën, ontwerpprincipes, en onderwerpen terug te vinden. Een register aan het einde van het boek met een overzicht welke concepten waar worden uitgelegd of gebruikt was heel nuttig geweest voor dit boek als naslagwerk. Ook zijn niet alle hoofdstukken even toegankelijk vanwege de hoge dichtheid van verschillende theorieën die niet altijd even uitgebreid worden toegelicht.

Ondanks de brede insteek van dit boek als toolkit en manifest voor ontwerpers, onderwijzers, activisten en planologen blijft het boek vooral een groot statement over Newtons kijk op spatial justice. Ze positioneert de praktijk van ruimtelijke planning als een daad van verzet die rechtvaardiger wordt als het initiatief bij de gemeenschap ligt in plaats van bij gevestigde planningsinstituten. Het is een goed voorbeeld van een activistisch boek dat de wetenschap en praktijk niet uit het oog verliest, maar tegelijkertijd vraagt het ook vrij veel achtergrondkennis van de lezer. Het boek is geen gemakkelijk introductieboek voor planologen of studenten die nieuw zijn in de rechtvaardigheidsmaterie. Voor wie de complexiteit van rechtvaardigheid in ruimtelijke planning in al haar facetten wil doorgronden en toepassen, biedt dit boek wel een inspirerend en veelzijdig startpunt.

Website by HOAX Amsterdam