recensies

Toekomsttransformatie

Floor Milikowski (2025)

Contouren van een nieuw land: Over pioniers, toekomstbouwers en het Nederland van morgen

Atlas Contact, Amsterdam
264 p.
ISBN 9789045048802
€ 22,99

“Human Beings Are A Disease, A Cancer Of This Planet. You’re A Plague, And We Are The Cure”, aldus kunstmatige intelligentie Agent X, in de film The Matrix uit 1999. Voor wie deze wereldberoemde film niet kent: de film The Matrix gaat over een toekomst waarin de mensheid onbewust leeft in een gesimuleerde werkelijkheid, gecreëerd door kunstmatige intelligentie om mensen onder controle te houden. Deze kunstmatige intelligentie was machines waren oorspronkelijk bedoeld om de mensheid te dienen.

Deze zeer lugubere quote popte op willekeurige momenten bij mij op tijdens het lezen van Floor Milikowski’s nieuwste boek, Contouren van een nieuw land. Aangezien op de achterflap te lezen is dat het een “verfrissend en hoopvol boek over het Nederland van morgen” is, lijkt de associatie met de Matrix ietwat paradoxaal. Toch is het niet verrassend. Met haar boek probeert Milikowski een ander narratief voor de toekomst van Nederland te schetsen, en in bredere zin voor het voortbestaan van de mensheid en onze planeet: weg van het pessimistisch, fatalistisch gedachtegoed met de mens als antagonist, zoals ook verwoord in The Matrix, naar een positieve toekomstblik waarin de mens juist de aanjager van positieve veranderingen is.

Het boek is thematisch opgebouwd. Elk hoofdstuk behandelt een centraal thema: van verlangen naar verandering, en de kracht van de verbeelding, via superdijken, landschapslogica tot belang van boeren en de vraag welke rol technologie in vooruitgang speelt en wat vooruitgang eigenlijk is. Binnen die thema’s worden meerdere perspectieven samengebracht. In plaats van één initiatief of opgave per hoofdstuk te behandelen, laat de auteur steeds een mozaïek van stemmen horen: pioniers, ontwerpers, filosofen, boeren, beleidsmakers, wetenschappers en andere betrokkenen die op hun eigen manier omgaan met de grote transitie-opgaven van deze tijd. Het gaat Milikowski, als sociaal geograaf, om de sociaalruimtelijke opgaven, van woningbouw en vergrijzing tot klimaat en van energie tot landbouw en zeespiegelstijging, en manieren om daarmee om te gaan.

Ook het tweede deel van bovenstaande quote keert terug in het boek: technologie vormt een constante factor in het verhaal. Waar in The Matrix een rotsvast vertrouwen in technologische vooruitgang overheerst, een vertrouwen dat uiteindelijk leidt tot de ondergang van de mensheid, schetst Milikowski juist een zeer genuanceerd beeld van de (on)mogelijkheden van het gebruik van technologie. In het boek wordt technologie niet alleen gezien als oplossing, een heersend beeld onder bijvoorbeeld de eco-modernisten, die geloven dat ecologische duurzaamheid bereikt kan worden door technologische innovatie en economische groei, maar juist ook als oorzaak of katalysator voor contemporaine ruimtelijke uitdagingen.

Hoewel het doel van de auteur is om een hoopvol toekomstbeeld te schetsen, is het soms moeilijk om het boek zonder cynisme te lezen: ondanks talloze oprechte en kleinschalige initiatieven, blijft de mensheid doordenderen op een koers die onze planeet en haar klimaat onherroepelijk dreigt te ondermijnen. Opvallend vaak is in de verhalen in het boek de term ‘gemiste kans’ te horen. Het boek laat hiermee zien hoe groot het gat is tussen de leefwereld van mensen en hun initiatieven, en de systeemwereld van overheden en vooral ons algehele kapitalistisch systeem. Maar wellicht is dat juist waarom dit boek zo hard nodig is: we zitten zo vastgeroest in onze pessimistische, hoewel ook realistische, denkbeelden dat we blind zijn geworden voor de veranderingen die al in gang zijn gezet. En wellicht dat al deze kleine veranderingen de opmaat vormen voor een transitie in denken over de omgang tussen mensen en hun leefomgeving.

Dat zo’n discoursverandering nodig is, maakt Milikowski op overtuigende wijze duidelijk. Door talloze voorbeelden en gesprekken laat ze zien hoe diep ons denken is verankerd in een oud wereldbeeld: de natuur als iets dat beheerst moet worden, en technologie als instrument hiervoor. Maar in plaats daarvan pleit ze voor een fundamentele herijking: natuur en technologie met elkaar verweven, waarbij we leren meebewegen in plaats van beheersen. Het programma Ruimte voor de Rivier staat symbool voor deze nieuwe benadering. Niet langer dijken ophogen tegen het water, maar het ruimte geven, met als resultaat zowel veiligheid als ecologische winst. Ook de herinrichting van de boulevard in Den Haag getuigt hiervan: onder een publieksvriendelijk ontwerp schuilt een innovatief waterkeringssysteem dat het achterland beschermt. Deze vernieuwende werkwijze verbindt waterveiligheid met ruimtelijke kwaliteit.

Ook in de landbouw krijgt deze denkomslag vorm. Kringloopinitiatieven zoals Agricycle, waarbij de landbouwgrond ook wordt gebruik om te recyclen, laten zien dat de financiële waarde van landbouwgrond niet langer uitsluitend gebaseerd zou moeten zijn op de netto-opbrengst, maar op de cruciale rol die grond speelt in bredere ecologische en sociale systemen. Wanneer we bodemgezondheid, biodiversiteit en het hergebruik van reststromen centraal stellen, worden boeren niet langer gezien als probleemveroorzakers, maar juist als sleutelfiguren in de oplossing. Ze worden onderdeel van een circulair, lokaal ingebed ecosysteem. Ook verzilting, vaak gezien als bedreiging, wordt via projecten als de Salt Farm Foundation benaderd als kans voor teelt van zilte gewassen: op Texel wordt geëxperimenteerd met zilte gewassen, een aanpak die inmiddels ook internationaal navolging krijgt, onder andere in Bangladesh.

Een andere noodzakelijke discoursverandering betreft onze manier van waardebepaling. Hoewel ‘brede welvaart’ inmiddels al lang en breed wordt gezien als alternatieve manier voor het meten van welvaart dan het BBP, blijft in de ruimtelijke praktijk financiële waarde vaak leidend. Milikowski laat zien hoe dit tot scheve keuzes leidt: zo geldt een parkeerplaats al snel als investering, terwijl publieke voorzieningen als buurthuizen of speeltuinen of parken vooral als kostenpost worden gezien, ondanks hun bewezen waarde voor fysiek en mentaal welzijn en sociale cohesie. Ook in de landbouw zie je dit terug: bij Agricycle wordt gepleit voor waardering van de bodem als ecosysteem, niet enkel als productiegrond. Milikowksi haalt ook het voorbeeld van Ruurd Jelle van der Leij aan: hij kocht potentiële landbouwgrond en liet die “verwilderen” tot natuurgebied. Op papier daalde de waarde, maar in werkelijkheid steeg de ecologische waarde enorm, met terugkerende libellen, kikkers en vogels als tastbaar resultaat.

In het boek komt ook duidelijk de noodzaak naar voren om keuzes te maken. Om initiatieven te laten bloeien en eventueel op te schalen, is steeds weer de systeemwereld van de overheid nodig. En daar moeten keuzes worden gemaakt en een richting worden ingeslagen die ook moet worden vastgehouden. Een complexe opgave in een democratische bestel waar iedere vier jaar een nieuw kabinet met potentieel andere politieke ideologie aantreedt. Toch illustreert Milikowski met als voorbeeld de instelling van de Deltacommissaris in 2007 – een functie die ook na wisseling van kabinetten is blijven bestaan – dat het wel degelijk mogelijk is om bestuurlijke continuïteit te organiseren rondom urgente ruimtelijke opgaven.

Wat dit boek vernieuwend maakt, is niet zozeer de constatering dat systeemverandering noodzakelijk is – dat inzicht delen inmiddels veel professionals, denkers en beleidsmakers – maar de manier waarop de auteur op basis van honderden gesprekken en observaties een overtuigend tegenbeeld schetst van de overheersende somberte. Waar veel toekomstverkenningen blijven hangen in abstracte scenario’s of beleidsanalyses, laat dit boek juist op het niveau van mensen, praktijken en plekken zien dat de transitie naar een duurzame samenleving al is begonnen. De hoopvolle contouren van een “nieuw land” dat zich geleidelijk aftekent, waarin ecologische en sociale waarden samenkomen, worden tastbaar gemaakt via concrete voorbeelden. Daarmee sluit de auteur aan bij een bredere groep ruimtelijke toekomstdenkers, zoals Peter Pelzer, die pleiten voor het doorbreken van vastgeroeste aannames en denkbeelden in onze ruimtelijke ordening.

Tegelijkertijd blijft het boek, ondanks zijn hoopvolle toon, kwetsbaar voor wat Pelzer de ‘verbeeldingsparadox’ noemt: degenen die het meest getroffen zullen worden door de noodzakelijke veranderingen, zijn vaak het minst geneigd om zich een andere toekomst voor te stellen. Terwijl de centrale these van Milikowski juist is dat verbeeldingskracht de sleutel is tot structurele verandering. Het boek ondervangt deze paradox deels door hoopvolle voorbeelden van mensen met belangen te laten zien, bijvoorbeeld de 160 boeren die bij Agricycle zijn aangesloten. Toch blijft het de vraag of verbeelding zonder institutionele verankering en harde macht voldoende is om gevestigde belangen en politiek en economisch kortetermijndenken te doorbreken. Het voelt enigszins flauw om te wijzen op het beperkte zicht op mislukkingen in dit boek, aangezien het doel nu eenmaal is om vooral successen en kleine doorbraken te tonen. Toch kunnen juist die mislukkingen waardevolle lessen bieden voor een betere uitvoering en duurzame impact. Interessant is dat sommige genoemde initiatieven, die eerst op de plank belandden, na verloop van tijd alsnog van de grond kwamen; wat leert ons dat over timing, draagvlak of bestuurlijke wendbaarheid? In het ruimtelijk domein, waar belangen botsen en effecten zich traag tonen, moeten verbeelding en systeemwereld elkaar versterken. Zonder structurele inbedding blijft het zichtbare ‘nieuwe land’ kwetsbaar en het optimisme deels vrijblijvend.

Het boek vormt geen blauwdruk over de toekomstige inrichting van Nederland, iets wat de auteur overigens ook niet pretendeert. Het is daarentegen uitermate geschikt om vanuit denken in lange lijnen, lokale initiatieven en alternatieve waardesystemen een ander hoopvoller en meer verbonden perspectief op ruimtelijke ontwikkeling te kunnen bieden, en zo het publieke en professionele debat over de omgang met ruimte in Nederland te vormen.

Website by HOAX Amsterdam