Iedereen met sociale media volgt ongetwijfeld een paar mensen die wekelijks prikkelende berichten plaatsen. Je kent ze wel: mooie plaatjes van de Superblocks in Barcelona of van nieuwe fietsinfrastructuur in Kopenhagen of Parijs. Of, dichterbij huis, het Singelpark in Leiden, of de nieuwe ontwerpleidraad voor publieke ruimte in Groningen. Vincent Luyendijk is ook zo’n man. Onvermoeibaar toont hij op LinkedIn inspirerende voorbeelden en beschouwt hij stedelijke ontwikkelingen in Nederland en daarbuiten. In De fijne stad komen al deze voorbeelden en ideeën samen. Het beoogt een “inspiratieboek” te zijn, vol met voorbeelden waar het wél lukt de stad gezonder, socialer of groener te maken.
Wat een stad precies fijn maakt, wordt door de auteur uitgesplitst in een aantal (gerelateerde) dimensies, die in afzonderlijke hoofdstukken worden uitgewerkt. Eén hoofdstuk gaat over vergroening, een ander over leefbaarheid, en weer een ander over klimaatbestendigheid. De hoofdstukken trappen af met een interview met een expert, zoals Wouter Veldhuis, Nadina Galle en Marco te Brömmelstroet (ook als podcast online te horen). Vervolgens volgen vele inspirerende voorbeelden, met name uit West-Europa. Foto’s en korte tekstjes wisselen elkaar in hoog tempo af. Ook zet Luyendijk zelf een aantal “influencers” in het zonnetje die we volgens hem moeten volgen om meer over een bepaalde dimensie te leren. Elk hoofdstuk sluit af met suggesties: boeken, blogs, rapportages of beleidsstukken, alles kan voorbij komen. De gelikte vormgeving nodigt lekker uit tot bladeren.
Het boek beoogt niet elk voorbeeld uitgebreid te behandelen. De lokale context, die ons meer kan leren over de hoe en het waarom van het succes, kom je in dit boek niet tegen. De (mogelijke) keerzijdes van de besproken interventies komen niet aan bod. Daarvoor is het boek ook niet bedoeld, want het boek heeft tot doel te tonen “dat de transitie naar fijne steden al aan de gang is”. Daar slaagt het boek goed in, je krijgt meteen zin om de besproken steden te bezoeken en zelf te verkennen. Ook bieden allerlei referenties genoeg verwijsmateriaal om je verder te verdiepen in de voorbeelden.
Luyendijk is ondertussen nog niet klaar. De dimensies zijn met dit boek dan gedefinieerd, maar een vraag blijft hem bezighouden: hoe kan de maatschappelijke waarde per vierkante meter in de stad vergroot worden zonder terug te vallen op financiële modellen? Zoals hij schrijft in het slot heeft hij het alternatief nog niet gevonden. Op LinkedIn kunnen we hem in zijn zoektocht blijven volgen en meedenken.