Harm van den Heiligenberg (red.)
De transformatieve regio: Voorbij de hoopvolle kiem
Eburon, Utrecht
224 p.
9789463015936
€ 10,00 of gratis online te downloaden
Betrokkenen bij duurzaamheidstransities zullen de pilot-paradox waarschijnlijk wel kennen: pilots zijn vaak succesvol, maar de condities die de pilot succesvol hebben gemaakt ontbreken bij verder opschaling. Het maakt dat kleinschalige experimenten vaak dat blijven: kleinschalig. Met De transformatieve regio: Voorbij de hoopvolle kiem probeert Harm van den Heiligenberg “een stevige bijdrage [te] leveren en bouwstenen aan [te] reiken voor iedereen die probeert die groeiende kiemplantjes verder te laten bloeien.” (p.43)
Van den Heiligenberg brengt in dit boek zijn Utrechtse netwerk samen: de overheidswereld die hij vanuit zijn rol als duurzaamheidsadviseur bij de Provincie Utrecht goed kent, de onderzoekswereld van de Universiteit Utrecht en Hogeschool Utrecht met wie hij vaak samenwerkt, en de wereld van de pioniers die hij eerder onderzocht in zijn promotieonderzoek. Deze drie groepen zijn allen te scharen onder de noemer ‘transitiewerker’: het zijn degenen die “op zoek zijn naar een effectieve aanpak voor de opbouw van het nieuwe duurzame maatschappelijke systeem.” (p.9) Dat zijn dus niet alleen de pioniers zelf, maar ook de ondersteunde intermediairs. Deze transitiewerkers zitten volgens de auteur vaak in de waan van de dag en “vergeten om hun ervaringen en inzichten in het transitiewerk af en toe te laten ‘stollen’.” (p.23) In dit boek komen transitie-ervaringen uit Utrecht daarom samen, en worden er lessen getrokken. De initiatieven die gevolgd zijn richten zich op duurzaamheidstransities in domeinen als energie, mobiliteit en voedsel.
Het boek zet in op “de transformatieve regio”: “een regio waar de overheden en de regionale partners succesvol werken aan de opbouw van het nieuwe duurzame systeem. Zij werken samen aan de regionale duurzaamheidsopgaven én dragen bij aan de gewenste mondiale transitie.” (p.10) De lessen uit Utrecht resulteren in vier belangrijke bouwstenen om “hoopvol te experimenteren”: (1) het benoemen en gebruiken van de unieke kwaliteiten van de regio, (2) de daar bijhorende unieke regionale bestuursaanpak, (3) het werken in (en beschermen van) niches, en (4) het identificeren van experimenten met transformatief potentieel.
Het boek is duidelijk geworteld in het transitie-denken en is op sommige plekken dan ook doordrenkt met transitie-taal als “scaling up”, “scaling out” en “scaling deep”. Hoewel het theorie en praktijk combineert, ligt de nadruk op de praktijk. Die wil Van den Heiligenberg verder brengen, zodat de transitie geholpen wordt. Vanuit dat oogpunt is het mooi dat deze lessen gratis online worden aangeboden via uitgeverij Eburon. Na een korte theoretische introductie beslaat het grootste gedeelte van het boek een evaluatie van allerlei Utrechtse transitie-initiatieven. Deze worden gevolgd door reflecties vanuit verschillende disciplines, geschreven door Utrechtse onderzoekers zoals Mieke Oostra, Karin Geuijen en Angelique Ruiter (HU) en Albert Meijer (UU). Tenslotte integreert Van den Heiligenberg de ervaringen en reflecties tot een viertal bouwstenen in de conclusie.
Ondanks de uitgebreide analyse met ingrediënten voor succes, wil het boek vooral geen blauwdruk zijn hoe een transitie kan worden doorlopen. Op meerdere plekken wordt benadrukt dat het een precair proces blijft met vallen en opstaan. Vandaar dat het boek niet optimistisch wil worden genoemd, maar juist op hoop gericht is: de hoop dat mensen zien dat er alternatieven mogelijk zijn.