signalementen
1.5 min.

Handboek Stedelijke Economie: Theorie, Praktijk en Beleid

Gert-Jan Hospers

Handboek Stedelijke Economie: Theorie, Praktijk en Beleid

Perspectief Uitgevers, Utrecht
216 p.
ISBN 978-94-912-6929-5
€ 29,95

De wederzijdse verbondenheid tussen steden en economie is de focus van het nieuwe boek van Gert-Jan Hospers, bijzonder hoogleraar stedelijke economie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Het boek bouwt voort op het vak ‘Stedelijke Economie in Europa’ dat Hospers al jarenlang doceert in Nijmegen. Hospers heeft met dit handboek tot doel een toegankelijke introductie te bieden tot het vakgebied van de stedelijke economie. Hij positioneert het boek tussen de abstracte, internationale wetenschappelijke literatuur enerzijds en de toegepaste, soms vluchtige (beleids)rapporten anderzijds. Het boek is vooral voor studenten bedoeld, maar probeert ook andere “niet-technisch geschoolde lezers” (p.11) te bereiken.

Het handboek begint met een introducerend hoofdstuk dat enkele basisprincipes behandelt. Opvallend is dat een duidelijke definitie van wat Hospers onder de stedelijke economie verstaat ontbreekt. Hospers noemt de veelzijdigheid van dit vakgebied en heeft een selectie gemaakt van thema’s die in de daaropvolgende hoofdstukken worden behandeld. Ze gaan in op verschillende aspecten van de stedelijke economie, zoals de stedelijke arbeidsmarkt, woningmarkt, bedrijven en hun locatiegedrag, en toerisme. Basale theorieën van Nederlandse en internationale wetenschappers worden afgewisseld met nieuwere concepten en ideeën. Er is bijvoorbeeld aandacht voor onzichtbare en alternatieve economieën (zoals post-groei denken). Hoewel de economie als vakgebied (sterk) kwantitatief kan zijn, zijn cijfers in dit boek tot een minimum beperkt. Dat maakt het boek goed leesbaar.

Theorieën worden in elk hoofdstuk gekoppeld aan praktijk- en beleidsvoorbeelden uit verschillende delen van Europa (denk aan Parijs, Mainz, Cluj en Łódź). Hospers haalt ook voorbeelden uit heel Nederland aan, zoals Drachten, Sas van Gent en Zutphen. Een originele invalshoek, omdat er vaak vooral aandacht is voor mega-steden als Londen, New York en Singapore. Steden – en inzichten – uit het Mondiale Zuiden komen daarentegen nauwelijks aan bod.

Ook in het slothoofdstuk komt weer ter sprake hoe lastig het is de gehele stedelijke economie te overzien. Vandaar dat een definitie niet zo gemakkelijk te geven is. In dit hoofdstuk presenteert Hospers een aantal lessen voor stedelijke professionals. De twee belangrijkste conclusies? Eén: betrokkenen (bestuurders, ondernemers, adviseurs) nemen de stedelijke economie vaak selectief waar, terwijl “de economische werkelijkheid in steden meervoudig [is]” (p.184). Twee: stadsbestuurders moeten inspiratiecases niet zomaar willen imiteren in hun eigen regio. Ze kunnen voor de lange termijn beter voortbouwen op hun eigen karakter.

Tezamen biedt het boek een handzame introductie tot de stedelijke economie, inclusief een nuchter perspectief dat oog heeft voor de vele middelgrote en kleinere steden in Nederland.

Website by HOAX Amsterdam