signalementen
2 min.

Stand van de Stedenbouw

Sluishuis, Amsterdam. Foto: Arjan van den Berg, Unsplash.

Eric van der Kooij (red.)

Stand van de Stedenbouw

BNSP, Amsterdam

1263 p.

9789090414850

€ 99,95

De Beroepsvereniging van Stedenbouwkundigen en Planologen (BNSP) bestaat 25 jaar en viert dat met een kloek boekwerk waarin maar liefst 250 huidige woningbouwprojecten worden samengebracht. De projecten bieden een dwarsdoorsnede van hedendaagse ruimtelijke ontwikkeling door heel het land. Wat zijn de hedendaagse grote opgaven, en tot welke projecten leidt dit? Als klap op de vuurpijl heeft de redactie nog eens 25 extra inspirerende projecten geselecteerd die de afgelopen 25 jaar typeren.

Je kan wel stellen dat de tienkoppige redactie onder leiding van BNSP-voorzitter Eric van der Kooij het zich niet gemakkelijk heeft gemaakt. In de inleiding valt te lezen dat de redactie niet achterom wil kijken, maar juist vooruit. Het wil de tijdgeest vatten en zien hoe het Nederland van de aankomende decennia ontwikkeld wordt. Er is bewust gekozen om alleen nog-te-realiseren werk te bundelen. Het boek is mede geïnspireerd door De Nieuwe Kaart van Nederland uit 1997: “[m]et die kaart werd zichtbaar gemaakt wat er achter de tekentafels bedacht was” (p.6). De Nieuwe Kaart vierde de invloed van de ruimtelijke ordening. Niet veel verder in Stand van de Stedenbouw worden al parallellen getrokken met de huidige ‘wederombouw’ van Nederland. Uiteraard kunnen verwijzingen naar de ontwerp-Nota Ruimte van eind 2025 dan niet ontbreken, als voorlopig laatste ijkpunt dat de nationale ruimtelijke ordening weer iets van zijn elan teruggevonden heeft.

De grote woningbouwopgave is tegenwoordig de motor achter veel gebiedsontwikkelingen in Nederland. Op pagina 22 wordt voorzichtig de balans opgemaakt: “[b]innenstedelijke verdichting is over heel Nederland de norm geworden. Wat ook opvalt is het grote aantal inzendingen van grootschalige uitleg (met meer dan 1000 woningen).” Maar verder komen alle typen woningbouwprojecten in het boek voorbij: denk aan “stationsomgevingen”, “kleine kernen” en “grootschalige uitleg”.

Een ander doel van het boek is – met de rijke casuïstiek in de hand – de rol van stedenbouwer aan te scherpen, en de positionering van het vak te verstevigen. Daartoe zijn vooral de essays  en tweegesprekken behulpzaam, die door het hele boek terugkomen. Onder andere Maurits de Hoog, Errik Buursink en Marianne Loof leverden een bijdrage. Op het eind wordt de stedenbouwkundige van nu gedefinieerd –  “niet meer de expert op één onderdeel, maar de expert op de ruimtelijke regie” (p.1254) – met behulp van een begrippenkader. Met meer dan duizend pagina’s biedt dit overzichtsboek genoeg voer om het debat over deze rol te voeren.

Website by HOAX Amsterdam